Houtsoort Lariks

Voorbeeld

Lariks-A-Halfkwartiers.jpg (3)

Type

Hout

Hout vademecum nummer

121

Houtsoort

Lariks

Handelsnaam

Lariks, Europees

Duurzaamheid schimmels

3, 4

Sterkteklasse kwaliteitsklasse

C18, C24

Kleur

Geelbruin

Nerf

Matig fijn

Draad

Recht

Spijkeren en schroeven

Matig

Lijmen

Goed

Oppervlakteafwerking

Goed

Toepassingen

Deuren, Deurkozijnen, Ramen, Raamkozijnen, Gevelbekleding, Binnentrappen, Constructiehout

Botanischenamen

Larix decidua, Larix x eurolepis: een hybride van Europees en Japans larix

Andere namen

Europees lariks, Lorken, Lerken, Lärche, Mélèze, Larch

Groei gebied

Midden-Europa

afmeting

Opmerking: Nominale handelsmaten voor Lariks variëren van 19-75mm dikte tot 100-275 mm breedte

Opmerking Fysisch Mechanisch

Relatieve weerstand tegen schimmels is afhankelijk van de herkomst

Overige opmerkingen

Spijkeren en schroeven; Matig, voorzichtig spijkeren om splijten te voorkomen. Lijmen; Goed. Ontvetten van het oppervlak voor het lijmen van hout met veel hars wordt aanbevolen. Oppervlakafwerking; Goed met alkydhars verf. Echter bij hout met veel hars en bij sterk verkernde kwasten kan droogvertraging van oppervlakafwerking optreden. Ontvetten voor het afwerken wordt dan aanbevolen. Gewaterd lariks is moeilijk af te werken met een acrylaatsysteem. Er zijn bij lariks veel schade gevallen bekend van verfonthechting, vooral bij warm weer drukt uittredende hars de verf eraf. Producten die in het hout dringen (beitsachtige producten) hebben neiging tot vlekvorming. Bewerkbaarheid; Lariks laat zich redelijk goed zagen en schaven. Om het zachte voorjaarshout glad af te werken, is scherp gereedschap noodzakelijk. Doordat het zeer harsrijk kan zijn, kan bij het bewerken van nat hout hars aan zagen of beitels blijven kleven, waardoor moeilijkheden kunnen ontstaan. De standtijd van het gereedschap tijdens het zagen kan worden verlengd door de zaagbladen een fijne watersproei of met een in de handel verkrijgbare speciale vloeistof te geven. De kleine maar zeer harde kwasten kunnen kleine stukjes uit de beitels slaan, waardoor zogenaamde ‘kralen’ op het oppervlak ontstaan. Het vrij snel bot worden van beitels en zagen wordt voornamelijk door de kwasten veroorzaakt.